De kop is eraf

De kop is eraf

'Naar Rome! Nou dan zal er bij jullie aankomst over 10 jaar wel een ander paus zijn’, is de reactie van de hotelbaas van Kanne en Kruiken als hij hoort van ons project. Daar hebben we nog niet bij stilgestaan. Eerlijk gezegd, maakt het ons niet uit. Echte pelgrims zijn we niet. We lopen voor de lol in onze vakantie. Kanne, net over de grens bij Maastricht, is ons vertrekpunt en toevallig lopen we naar Rome want de route naar Santiago de Compostella is al druk genoeg. Het is 2010.

 

Zes jaar eerder had ik het plan opgevat om een sabbatical te nemen en met manlief naar Rome te lopen. Bijna de hele route is uitgestippeld, de wandelkaarten zijn aangeschaft (pre-digitale tijd) wanneer man-minder-lief meldt dat hij als zzp'er die tijd niet kan missen. Het plan belandt in de koelkast totdat in 2009 zuslief aangeeft wel interesse te hebben maar dan in jaarlijkse etappes. Het onderwijs kent geen sabbatical. We proberen het nog datzelfde jaar uit en lopen samen een rondje Isle of Wight, georganiseerd en met bagagevervoer. Ze is ‘om’ als ze merkt dat je ook in de regen kan pauzeren en lunchen. Minder fijn, maar het kan. Ook ons ritme samen is vanzelfsprekend. Ze heeft nooit meer dan een rondje om huis gelopen, maar ze blijkt een geboren wandelaar.

 

En nu is het dan zover. We hebben afgesproken dat we de bagage niet zelf dragen. Het is immers vakantie en vorig jaar was dat goed bevallen. Vooraf zijn alle overnachtingen vastgelegd en waar mogelijk bagagevervoer geregeld. Dat is niet overal gelukt. Mijn optimisme zegt dat er ongetwijfeld ter plekke iets te regelen is. Maar spannend vind ik het wel. Als de regelaar voel je je toch verantwoordelijk. Het OV brengt ons naar het beginpunt en aan het eind ook weer met het OV terug.

 

We volgen de GR5 van Kanne naar Visé. Van Visé naar de bedevaartplaats Banneux. Vervolgens naar Spa, naar Stavelot en tot slot Vielsalm. Daar besluiten we te stoppen vanwege de sneeuw die de volgende dag wordt verwacht. Het is vroeg in het jaar en we hebben er niet op gerekend dat de lente in de Ardennen later begint.

 

Deze eerste etappe heeft ons wel het een en ander geleerd voor de komende keren. Ten eerste mogen de dagetappes langer. Als tweede gaat zuslief proberen om een extra dag vrij te krijgen zodat we acht loopdagen kunnen plannen. En tot slot zullen we het tijdstip beter laten aansluiten op het gebied dat we belopen. 

 

Het verhaal over de allemansvriend heb je nog te goed.

 

April 2010

 


 

Dieren onderweg

Dieren onderweg

Het moet net zijn gebeurd. Het paard staat stil, afgewend. Zijn kop (sorry: zijn hoofd) hangt. Het voelt, het weet. Het doet dan ook geen moeite het veulen op zijn poten (sorry: benen) te duwen. De placenta is nog fel rood. In geen velde of wegen een boerderij of huis te bekennen. Is het veulen te vroeg geboren? Een eigenaar laat een zwanger paard toch niet zomaar alleen in de wei als hij het vermoeden heeft dat de geboorte aanstaande is?

Wij kunnen niets doen en hervatten, even wat stiller, ons pad naar Visé.

 

Twee dagen later zijn we op weg van Spa naar Stavelot. Het is prachtig wandelweer met een zacht lente-zonnetje. We zijn nog maar net onderweg als een hond zich bij ons aansluit. De vrolijke border-collie rent voor ons uit, wacht regelmatig tot we weer in zicht zijn en rent weer weg. Hij weet blijkbaar welke pad we lopen. Na twee uur beginnen we ons toch wel zorgen te maken. Tijdens onze lunch zit hij rustig te wachten en wil geaaid worden. Is dat wel een goed idee? Dat beest moet terug naar zijn baasje. We kunnen niet even teruglopen, want waar moeten we 'm heen brengen? De hond zal zijn weg ongetwijfeld weer terugvinden, zeggen we tegen onszelf. 17 Kilometer later, aangekomen bij ons hotel heeft de border collie óns in de steek gelaten. Hoe moet dat nou? De hotelbaas vertelt dat zo’n achtervolging heel gebruikelijk is en hij drukt ons op het hart ons geen zorgen te maken. Die hond vindt zijn weg heus wel terug.

Opgelucht zijn we, maar tegelijkertijd moeten we ons ongerust maken over onze bagage. Die blijkt niet aangekomen!

 

Mei 2010.


 

Ik vertrek

Ik vertrek

De route naar Rome leidt ons dit jaar (2011) via de GR5 van Vielsalm (B) naar Beaufort (L). In totaal zo ‘n 125 km. Zuslief heeft slechts een week vakantie. Zeven dagen uit en thuis, met 5 loopdagen. Nieuw is een route- app op mijn smartphone. Verdwalen zullen we niet meer.

 

Brug weg

Vandaag alweer de laatste etappe van Diekirch naar Beaufort. De routebeschrijvingen in de gids sporen niet met de markeringen onderweg, zodat Els, zoals we de route-app inmiddels noemen, onmisbaar blijkt. Een paar dagen geleden ging het ook al mis. Op weg naar Dasburg zou er een brug moeten zijn over de rivier de Our. Maar helaas, geen brug. Terug naar het asfalt? Liever niet. Twee Santiago-wandelaars lopen tegen hetzelfde probleem aan. Met elkaars hulp lukt het om met droge voeten, al klimmend en klauterend over grote rotsblokken, de overkant te bereiken. We schrikken van de drukte bij hotel Dayton. Motorrijders van de Hells Angels bezetten alle plekken op het terras. Hun uiterlijk en hun harde stemmen, het is niet wat we hier hadden verwacht. Binnen is het stil. Jan en Hille uit Spakenburg hebben deelgenomen aan “Ik vertrek”. Ze moeten nog erg wennen, vertellen ze. Ze zijn nog veel in Nederland. Dat zien we ook aan het toiletpapier en aan het eten dat wordt opgediend. Wanneer de drukke motormuizen zijn vertrokken, blijken wij hun de enige gasten. Ik vermoed dat Jan en Hille in dit behoudende Luxemburg niet blijvend zullen aarden. Zuslief blijkt trouwens tijdens de klauterpartij over de Our een flinke jaap in haar kuit te hebben opgelopen.

 

Verhalen

De problemen van vandaag ontstaan bij een steengroeve. Markeringen ontbreken en het aantal paden komt niet overeen met de kaart. Een aardige steengraver probeert een handje te helpen, maar het brengt ons niet dichter bij ons doel, blijkt later. Het gebruik van de route-app is dubbel. Je wilt niet verrast worden door teveel extra kilometers maar de leukste verhalen ontstaan wel als er iets mis gaat. Uiteindelijk komt het gekozen pad uit op een asfaltweg. Niet de weg die we verwacht hadden, maar ook deze weg loopt naar Beaufort. En, zoals zuslief liefjes zegt, we lopen naar Rome en niet per se via de GR5. Dat is natuurlijk ook zo. Vele wegen leiden naar Rome.

 

Moordend

De omgeving van Beaufort is een heel bekend wandelgebied, ook wel klein-Zwitserland geheten. Hier voelen we aan kuiten en knieën wat ons in de Alpen te wachten staat. Twee stokken maakt het afdalen minder pijnlijk.

Op een pleintje in Beaufort bestellen we een wel-verdiende Leffe, want die smaken na zo'n wandeling beduidend beter. Een echtpaar dat we gisteren ook hebben gezien, ziet ons genieten. “Hebben jullie dat hele stuk gelopen.?” “Ja hoor, we zijn op weg naar Rome, dus we hebben nog even”. Het ongeloof op die gezichten!

 

Het tweede jaar zit er op. We hebben ook weer lessen geleerd voor volgend jaar. Zo moeten we minstens één, maar liefst twee dagen meer lopen. Hopelijk kan zuslief dit op haar werk regelen. Als afsluiting past een opmerking van een oude lokalo: de toeristen vinden de bergen mooi, maar ze zijn moordend.

 

 

Utrecht 5 mei 2011.


 

Bagage

Bagage

Het is alweer het derde jaar op onze route naar Rome. We gaan zo’n 150 km afleggen van Beaufort (L) naar Knutange in het allernoordelijkste puntje van Frankrijk.

Als luxe lopers dragen wij onze bagage niet zelf. Wij wandelen en de koffers nemen de taxi. De koffer van zuslief is zelfs op wieltjes te zwaar. Tot nu toe is het elke ochtend gelukt. De ene keer heeft het wat voeten in aarde, maar een andere keer biedt de hotelier spontaan aan iemand van zijn personeel te laten rijden. Of rijdt hij zelf. Met de auto zijn het natuurlijk geen afstanden. Hoewel! Vorig jaar in de Belgische Ardennen bleek de afstand die wij zouden wandelen slechts 16 km te zijn. Een mooi route dwars door het bos naar de andere kant van de berg/heuvel. De taxi reed bijna 80 km heen en terug. Die keer hebben we de hoofdprijs betaald voor ons bagagevervoer. Elke keer zijn we weer blij dat onze bagage keurig is afgeleverd en op ons staat te wachten.

De laatste wandeldag lopen we van Dudelange in Luxemburg naar Knutange in Frankrijk. Hardop uitgesproken zijn de plaatsnamen al bijna een gedicht. De wandeling van 30 km hebben we gisteravond op de valreep even ingekort naar pakweg 23. Minder GR5 en iets meer asfalt. De receptionist belt het taxibedrijf en legt uit wat de bedoeling is. Ze vragen 70 euro voor het ritje. De receptionist is ontdaan: “belachelijk bedrag, ik stel voor dat ikzelf, na mijn werk, een ommetje rijd en de bagage aflever”. Dat is ontzettend aardig en we geven hem een dikke fooi. Het zal de eerste keer zijn dat wij eerder arriveren dan onze bagage!

We lopen Frankrijk binnen en het contrast met Luxemburg is enorm. Luxemburg is rijk en schoon en zelfs het bos lijkt aangeharkt. Terwijl dit hoekje van Frankrijk, dit voormalig mijnengebied, zwaar verarmd is. Wanneer we de volgende ochtend op onze terugreis in de bus naar het treinstation zitten, zien we de rafelrandjes aan de boorden van de overhemden en de colberts, zien we de glans van de te vaak geperste broek, zien we de glimlach zonder tanden. Het voelt even heel verkeerd, deze luxe wandeletappes.

 

Mei 2012.


 

Schuilen

Schuilen

's Morgens vertrekken wanneer het regent heeft niet onze voorkeur. Maar vandaag, maandag 9 juli 2012 schijnt de zon. We hebben een lange tocht voor de boeg, 26 kilometer. Gisterenavond hebben we een alternatief uitgestippeld zodat we direct vanuit het hotel op pad kunnen en hopelijk iets van het aantal kilometers kunnen afknibbelen. Zowel Els, onze route-app, als een ouderwets kompas brengen we in stelling om dat alternatief door het bos te overbruggen. Dat is weer prima gelukt. De weergoden zijn wel erg humeurig vandaag en we krijgen behoorlijk wat regen op ons kop. Gelukkig treffen we op het juiste moment een schuilhut waar we droog kunnen lunchen.

De route is best goed gemarkeerd. Maar ja, dan moet je wel opletten en je niet laten afleiden door leuke mannen. Met andere woorden, we missen af en toe een markering. Gelukkig altijd in ons voordeel (minder km’s). Wanneer we Remich bereiken hebben we wel een Leffe verdiend. Het centrum van het dorp ligt als een lang lint langs de Moezel. Ons hotel Des Pecheurs ligt aan dat lint. Ik weet alleen niet exact waar en lopen daardoor 2 km te veel. En ik kan je verzekeren dat 2 km heel veel is aan het eind van een wandeldag. Het hotel wordt gerund door Japanners. Waarom de toko zo heet wordt de volgende ochtend duidelijk als de kade vol zit met vissers. De kok van het hotel is ook Japans en we kunnen genieten van een verrukkelijk diner. Als afsluiting krijgen we een klein glaasje geserveerd. Nietsvermoedend drinken we en toasten op de volgende dag. Kijken we onderin het glaasje dan zien we iets “ondeugends”. Zuslief vraagt of ze het glaasje mag meenemen. Weer terug op onze kamer moet ik even aan de slag om uit te zoeken waar het volgende hotel precies ligt. Nog zo’n fout als vandaag kan zelfs onze fijne zuster-relatie niet aan.

Met het kleine souvenir als afscheid verlaten we Remich en gaan door de wijngaarden op weg naar Monsdorf les Bains.

 

 

Mei 2012.


 

Frans ontbijt

Frans ontbijt

Ons zullen ze niet meer verrassen. Dit wordt het derde jaar Frankrijk. En hoewel de Fransen bekend staan om hun heerlijke keuken, kan dat niet gezegd worden van hun ontbijt. Een wandelaar moet kunnen starten op een goed ontbijt. Dat hoeft niet direct een ‘full-English-breakfast’ te zijn, maar alleen een croissant met koffie is wel erg mager. In onze rugzak hebben we nu reserve-rantsoen ingepakt, in de vorm van roggebrood en Vache qui Rit (jaja!) uit Nederland. Vinden we een alimentation dan slaan we stokbrood met camembert in voor een lunch.

230 Kilometer zullen we lopen. De GR5 hebben we verlaten en we volgen nu een eigen, met Runkeeper, uitgezette route. Zo ongeveer zoals de bisschop van Canterbury naar Rome gelopen zou zijn. In negen loopdagen van Epinal naar onze laatste stop voor de Zwitserse grens, Pontalier.

Het is een nat en koud voorjaar. De afstanden per dag schommelen tussen de 25 en 30 km, lange dagen dus. Manlief brengt dit jaar onze koffers van a naar b. Samen met een vriend maakt hij er een kampeervakantie van. Ontzettend lief natuurlijk maar ik vermoed dat hij zich verkijkt op de tijd die er gemoeid is met het verplaatsen van onze koffers. En ik kan al verklappen dat hij het nooit meer heeft aangeboden.

 

Het is alweer onze zesde wandeldag, zwaar bewolkt en het regent. De voorspellingen zeggen dat het zo de hele dag zal blijven. Een zware dag van 26 km en we kiezen de snelste route over de weg. De heren van de 15de eeuwse B&B zwaaien ons uit maar gaan snel weer naar binnen. Na een uur lopen zijn we doorweekt en soppen we in onze schoenen. Tegen zoveel regen is weinig regenkleding bestand. Wanneer we zo’n 8 km hebben afgelegd, stopt een auto. De chauffeur vindt ons zo sneu en biedt ons een ritje aan. Zuslief slaat het aanbod direct af met de verklaring dat we naar Rome lópen. Ogen op steeltjes van ongeloof. Was ik alleen geweest had ik het ritje dankbaar aanvaard.

 

Moe en kletsnat, wacht ons aan het eind nog een verrassing. Manlief belt. Hij staat met onze bagage bij ons overnachtingsadres maar het is gesloten en opent pas om 17.00 uur. Bijna twee uur wachten, met dit weer! Zuslief en ik besluiten om het eerste het beste hotel in het stadje binnen te lopen en daar een kamer te nemen. De dubbele overnachtingskosten nemen we op de koop toe. We zijn het zat voor vandaag. Behoefte aan een warme douche, droge kleren en een wijntje. We hebben mazzel. Hotel Bambi is onze redding. Snel manlief hierheen dirigeren met ons droge goed en het andere adres annuleren. Zittend aan een glaasje wijn kunnen we nog bergen verzetten!

 

 

Mei 2015.


 

 

De top

De top

Voorpret

Sinds de start van onze reis naar Rome hebben zuslief en ik al heel wat kilometers in de benen. Gemiddeld 7 loopdagen en we zijn 7 jaren verder. Ofwel, pak 'n beet,  1,5 maand. We overnachten in hotels en b&b’s en, luxe lopers als wij zijn, bestellen een taxi voor onze bagage. “Alleen de bagage? En jullie dan?”. “Wij gaan er lopend heen”. Het ongeloof, het is bijna verslavend.

In februari/maart start het uitstippelen van de etappes op de computer en het maken van reserveringen. In de route-app, die we Els zijn gaan noemen, kan ik dan precies zien waar we lopen. Verdwalen kan nu echt niet meer. Heerlijk, die voorpret. Dit jaar vertrekken we met de trein naar Martigny en vliegen terug vanaf Turijn.

 

Vier uur

Vandaag, 28 juli 2017, klimmen we Zwitserland uit naar het einddoel van vandaag, de Sint-Bernardpas op 2478 m, tevens de grens met Italie. De hotelier van Bourg St. Pierre zal onze bagage op de postbus zetten en de chauffeur van de bus zorgt voor aflevering bij het klooster op de pas. Prima geregeld! Wat de kosten zijn horen we morgen bij de Auberge de l’Hospice.

De etappe is ‘maar’ 15,5 km en we zullen bijna 900 meter stijgen. Het is erg warm, dat zal het zwaar maken. Volgens de bewegwijzering moet het in 4 uur te doen zijn. Misschien voor lokalo’s, maar ik vermoed dat wij er langer over gaan doen. Het eerste deel van de route lopen we keurig de door mij uitgestippelde route over goede bergpaden. Het stijgt maar geleidelijk. Dat belooft een geniepig staartje.

Op papier lokt ons halverwege een koffiemoment, maar in de praktijk blijkt het een bouwval. Het restaurant kende waarschijnlijk zijn hoogtijdagen voor de opening van de Sint-Bernardtunnel. Wanneer we de teleurstelling hebben verwerkt, besluiten we om de oude weg naar de pas te nemen. Alleen toeristen rijden er en het stijgt altijd gelijkmatiger dan het pad door de bergen.

 

Water

Het is zwaar. De combinatie van steeds stijgen, de volle zon en, niet onbelangrijk, de wetenschap dat we eigenlijk met te weinig water vertrokken zijn. Achteraf durven we aan elkaar toe te geven dat we bijna op het punt hebben gestaan om een auto aan te houden.

We zijn dan ook euforisch als we na 5 uur het klooster in zicht krijgen. Het is weer gelukt! Al 1000 jaar worden hier passanten opgevangen. En we zijn even stil als we horen dat in de pre-telefoon-tijd er twee kloosterlingen dagelijks de berg afdaalden om de communicatie te onderhouden met het dorp. Zomer en winter, weer of geen weer. De ene naar Zwitserland en de ander daalde af Italië in. De sint-bernardshonden zijn er alleen nog voor de toeristen.

Nadat we ons hebben opgefrist bezoeken we de kerk en de stilteruimte. Echte pelgrims zijn we niet, maar deze rust doet iedereen goed. Rond 18.00 uur zijn de dagjes-mensen vertrokken en wordt het ook stil op de pas. Vanaf morgen zullen ook wij als pelgrims de Via Francigena naar Rome gaan volgen. Nog zo"n 1000 km te gaan.

 

 

Juli 2017

 


 

Napret

Napret

Negen jaar geleden vertrokken zuslief en ik wandelend vanuit Maastricht naar Rome. Elk jaar komt de stad van Romulus en Remus dichterbij. We zijn de Alpen over en lopen inmiddels in noord-Italië.

Vandaag gaat het dan echt gebeuren. De Povlakte ligt nu definitief achter ons en de komende 3 dagen gaan we dwars door de Apennijnen. Een weinig toeristisch gebied met schaarse overnachtingsmogelijkheden. In grote lijnen volgen we vanaf de St. Bernardpas de via Francigena, die wij nu al bestempeld hebben als de opvolger van de pelgrimage van Santiago de Compostella. Dit is het vierde jaar op dit pad en we zien het elk jaar drukker worden.

Stijgen en dalen
We vertrekken met de geruststellende gedachte dat we vanavond een plek hebben in hostel Cassio en morgen er op zijn Italiaans iets geregeld is bij een hostel op de Cisa Pass. Prima. In de benen dan maar. We verlaten Fornovo di Taro en moeten meteen ‘aan de bak’. Het stijgt langzaam, maar de afdalingen zijn erg stijl. We zullen in totaal ruim 600 meter stijgen, waarbij het venijn als altijd in het staartje zit.
Tijdens het dalen ga ik zigzaggend naar beneden. Zuslief huppelt als een hinde elke berg af en moet beneden steeds op me wachten.

Overkant
We ontmoeten een Zwitserse dame die alleen op pad is naar Rome. We blijken ongeveer hetzelfde tempo. Wij wat sneller maar vaker rusten, zij gestaag zonder veel te stoppen. Het eerste deel pakken we de fiets-variant, asfalt dus. Zuslief blij. Als Vierdaagse loper gaat haar voorkeur uit naar bestrating. Zelf wissel ik graag af, mijn spieren worden zo stijf op het asfalt.
Geen dorpjes onderweg, af en toe een verlaten huis en her en der een kappeltje. Beetje doods eigenlijk na de drukte van de Povlakte. Ongeveer halverwege, blijkt het gehucht Terenzo een kerk te hebben en -hoera- een barretje. Een cappuccino gaat er altijd in. Binnen blijkt onze Zwitserse dame al aan de koffie te zitten. Wanneer ze ons tegen elkaar hoort praten, vraagt ze of wij de Hollandse dames zijn want die werden gemist tijdens de oversteek over de Po. Dat is wel bijzonder. Blijkbaar is er een soort buzz onder de wandelaars over wie er allemaal onderweg zijn. Wij kozen de noordoever-route om niet afhankelijk te zijn van het pontje. Om met het pontje overgezet te worden moesten we wel erg vroeg uit bed. We doen liever rustig aan.

Hostel
Voor het eerst in al die jaren slapen we in een hostel. Lekker goedkoop, maar ja, geen drank, geen ontbijt. De beheerder verwacht inderdaad 2 Hollandse dames. Waarom heeft hij niet gewoon mijn e-mail beantwoord zodat ik wist dat hij bedden had gereserveerd! Het is een vreemde vogel, die man, creepy zelfs. En zijn hostel is ook vreemd. In de slaapkamer zijn 5 slaapplekken maar we blijken de enige twee gasten. Althans in deze kamer. De badkamer is aansluitend maar als we ons willen opfrissen lijkt het alsof de ruimte al in gebruik is. Er hangen badpakken aan haakjes die van mijn oma hadden kunnen zijn, handdoeken liggen verspreid in de ruimte alsof ze al gebruikt zijn. We voelen ons bespied.
Wanneer we opgefrist weer buiten staan op zoek naar eten en drinken, komt onze Zwitserse dame aanlopen. De beheerder zegt dat hij geen plaats meer heeft, maar weet nog wel een ander adresje voor haar. Ook vreemd, want er is genoeg plaats.

Hoewel het pas 16:30 uur is mogen we toch bij de pizzeria naar binnen en serveert de eigenaar ons graag een drankje. En, zoals hier gebruikelijk, wordt er ook een schaal met hartige hapjes neergezet. Voor nu, drankje, hapje, Wifi, meer hebben we niet nodig.

 

 

 

Italië, 17 oktober 2019